Praktijkvoorbeeld beroepenwandeling in de buurt

Buurman, hoe maakt u het?

Wat

Via een wandeling verkennen leerlingen de buurt, maken kennis met verschillende beroepen en vergroten ze hun leefwereld. Van de verschillende beroepen worden fiches opgemaakt, die als inspiratie dienen bij het studie- en schoolkeuzeproces.

De beroepen-buurtwandeling start met een voorbereiding in de klas. Leerlingen denken na over beroepen die er allemaal zijn in de buurt en ze proberen deze juist te situeren op een kaart. Nadien gaan ze per twee of drie op stap om dit te checken en aan te vullen. Elk groepje is verantwoordelijk voor één straat of regio. Na deze verkenningstocht verwerken leerlingen de info in de klas en beslissen ze over welk beroep ze graag meer willen weten. Er worden groepjes gevormd op basis van de interesses van leerlingen en elk groepje mag twee of drie beroepen uitkiezen om een interview af te nemen. Leerlingen leggen zelf de nodige contacten en stellen vragen op, naast een aantal vragen die verplicht aan bod moeten komen (bijvoorbeeld: welke opleiding moet je hiervoor volgen of wat moet je hiervoor goed kunnen?). In de klas verwerken leerlingen de verzamelde informatie tot beroepenfiches, met een vaste structuur voor alle beroepen. Deze beroepenfiches worden voorgesteld aan klasgenoten en schoolverlaters. Ze worden allemaal verzameld in een fichebak, die elk jaar verder wordt aangevuld. Zo is er heel wat informatie beschikbaar voor leerlingen en bouwt de school aan een netwerk van waardevolle contacten om leerlingen een realistisch toekomstperspectief te bieden.

Waarom

Het is een mooie inleiding op het studie-en schoolkeuzeproces voor leerlingen die nog niet meteen de overstap moeten maken. Ze worden toch al wat geactiveerd om over toekomstopties na te denken. Het vergroot hun leefwereld, voor sommige leerlingen is het een expliciteren van rolmodellen.

Wie

De beroepen-buurtwandeling vraagt om wat organisatietalent van de klasleerkracht, ondersteund door de zorgleerkracht. Een open en respectvolle samenwerking met partners in de buurt vormt de basis.

De Toverberg werkt met trapklassen 4/5 en 5/6. In deze klassen zijn er heel wat leerlingen die voor het afronden van het zesde leerjaar doorstromen naar het secundair onderwijs. De schoolverlaters volgen het programma van ‘de week van het secundair’ (andere illustratie). De niet-schoolverlaters doen de beroepenwandeling in de buurt. Zij werden wat onrustig van een vroege kennismaking met studierichtingen en scholen.

Succesfactoren

  • Brede school: leerlingen en leerkrachten leren de buurt beter kennen, maar ook omgekeerd krijgt de school een gezicht en meer naambekendheid. Het is een mooie vorm van netwerken die drempelverlagend werkt, waardoor je elkaar ook voor andere projecten sneller zal vinden.
  • Tijd: de verschillende stappen vragen een serieuze tijdsinvestering. Met je leerlingen de buurt verkennen, hen contact laten leggen, interviews voorbereiden en verwerken, presentaties in de klas, … het zijn allemaal dingen die je niet snel tussendoor doet. Dit vraagt om een grondige planning én de nodige flexibiliteit.
  • Persoonlijk: beroepen krijgen een gezicht. Leerlingen maken kennis met gedreven mensen, hun passie en motivatie. Dat werkt erg inspirerend.
  • Interesses van leerlingen: verschillende beroepen komen aan bod, maar leerlingen kiezen uiteindelijk zelf waarover ze meer willen weten.
  • Geïntegreerd: de beroepenbuurtwandeling zit verankerd in een traject rond studie- en schoolkeuze, maar is niet enkel voor schoolverlaters interessant. Tegelijk worden ook heel wat doelstellingen van Nederlands en wereldoriëntatie bereikt.

Aandachtspunten

  • Zorg dat er een ruime variatie aan beroepen aan bod komt tijdens de interviews, met aandacht voor zowel de ‘harde’ als de ‘zachte’ sector.
  • Onbekend is vaak onbemind: spoor leerlingen aan om niet enkel de gekende beroepen verder uit te spitten.
  • Trek voldoende tijd uit voor uitwisseling en een nabespreking. Zo krijgen leerlingen de kans om meerdere beroepen grondig te leren kennen en erover te na te denken.
  • De terugkoppeling naar studie- en schoolkeuze is belangrijk. Laat leerlingen beroepen ‘analyseren’: welk traject kan je volgen in het secundair als je dit beroep wil uitoefenen later? Dit is ook het doel van de beroepenfiches.

Met dank aan

GBS De Toverberg (Gent), 85% indicatorleerlingen (schooljaar 2016-2017)


Met de steun van

Vlaio
Transbaso