Praktijkvoorbeeld projectweek secundair onderwijs

Intensieve kennismaking met de wondere wereld van het secundair

Ik heb toch één voorbeeldje van een leerling die haar vastberaden besluit om ASO te gaan doen heeft herzien en nu heel bewust heeft gekozen voor een richting in de zorg. BSO vinden velen ‘te laag’. Zonder dit traject zouden leerlingen er echt wel veel minder mee bezig zijn, denk ik.

leerkracht zesde leerjaar

Wat

De Toverberg organiseert elk schooljaar na de kerstvakantie ‘de week van het secundair’. Via allerhande activiteiten in en buiten de klas worden leerlingen die de overstap maken naar het secundair een week lang intensief ondergedompeld in deze nieuwe wereld. Ze krijgen informatie over studierichtingen en scholen, maken kennis met allerhande beroepen, werken rond eigen interesses en kwaliteiten en staan stil bij de overstap. Tijdens deze projectweek hebben leerlingen een actieve rol om informatie te verzamelen en te verwerken.  

De aftrap wordt gegeven door een introductie waarbij het verloop van de week wordt geschetst en wordt uitgelegd hoe dit past binnen het traject van studie- en schoolkeuze. Nadien legt de zorgcoördinator de structuur van het secundair onderwijs op een toegankelijke manier uit aan heel de groep, met veel aandacht voor het verschil tussen A- en B-stroom.

 

Aan de hand van een kringgesprek in de klas wordt aandacht besteed aan de kwaliteiten van elke leerling. Ter voorbereiding kregen leerlingen de opdracht om tijdens de kerstvakantie een voorwerp te zoeken dat past bij hun talenten. Tijdens het kringgesprek stellen ze dit voorwerp en de link met hun talent voor. Elke dag komen 3 à 4 leerlingen aan bod. Ze kregen ook de opdracht om een interview te doen met hun ouders over beroep en studiekeuze. Leerlingen selecteren een of twee opmerkelijke/grappige/verrassende/… antwoorden uit dit interview om te delen met de groep tijdens het kringgesprek.

Tijdens een hoekenwerk gaan leerlingen zelfstandig of in kleine groepjes aan de slag. Ze verkennen verschillende beroepen en de kwaliteiten en  die hiermee samenhangen, o.a. via een beroepenspel, websites en filmpjes. Vervolgens staan ze stil bij eigen talenten en interesses en tot slot komen ook de structuur van het secundair onderwijs, studierichtingen en scholen aan bod. Het hele pakket is gevarieerd samengesteld door de zorgcoördinator en dus kant-en-klaar voor de leerkrachten. Werkblaadjes loodsen de leerlingen doorheen het traject.

Daarna volgt een getuigenis in de klas door een oud-leerling en/of een directeur of leerkracht uit het secundair. Vooraf worden in de klas vragen opgesteld die ook aan de getuige worden bezorgd. Nadien gaan de leerlingen op uitstap. Er staan schoolbezoeken gepland, waarbij zowel A-stroom als B-stroom aan bod komen. Ook uitstappen naar het beroepenhuis en/of de beroepenbeurs staan op de planning.

Voor de paasvakantie vind ook nog een kindgesprek plaats tussen de leerling en de klasleerkracht. Hier wordt dieper ingegaan op enkele aspecten uit de projectweek: het voorwerp dat hun talent vertegenwoordigt, het interview met de ouders, de getuigenissen, voor- en nadelen van een eventuele studierichting, het traject dat ze moeten afleggen voor een bepaald beroep, … De klasleerkracht vult ook samen met de leerling zijn/haar leerlingprofiel in.

Waarom

Een klassikaal infomoment over de structuur van het secundair onderwijs bleek veel te abstract te zijn voor leerlingen om hun studie- en schoolkeuzeproces aan op te hangen. Deze aanpak creëert veel meer betrokkenheid.

Wie

De zorgcoördinator coördineert het hele project. Zij is verantwoordelijk voor een groot deel van de uitwerking, leidt alles in goede banen en geeft ook de uitleg over de structuur van het secundair onderwijs in de klas. De klasleerkrachten begeleiden de projectweek en zorgen voor de praktische organisatie. Goede contacten met oud-leerlingen en secundaire scholen dragen bij aan de kwaliteit van dit project.

De Toverberg werkt met trapklassen 4/5 en 5/6. In deze klassen zijn er heel wat leerlingen die voor het afronden van het zesde leerjaar doorstromen naar het secundair onderwijs. De schoolverlaters volgen het programma van ‘de week van het secundair’. Voor de niet-schoolverlaters is er een beroepenwandeling in de buurt (andere illustratie). Zij werden wat onrustig van een vroege kennismaking met studierichtingen en scholen.

Succesfactoren

  • Timing: de planning vlak na de kerstvakantie sluit goed aan bij de vroege inschrijvingsdynamiek in de stad.
  • Duidelijke prioriteit: door activiteiten rond studie- en schoolkeuze te bundelen, krijgen ze een veel prominentere plaats in het schoolgebeuren. Zo geef je als school aan dat het gaat om een belangrijke keuze voor de toekomst van leerlingen. Leerlingen en ouders gaan hierdoor meer aandacht hebben voor een doordachte keuze.
  • Flexibiliteit: er is een groot aanbod en verschillende werkvormen zijn mogelijk. Niets moet, alles kan. De klasleerkracht speelt in op de noden van de groep en kan het programma aanpassen.
  • Breed en diep: door veel verschillende activiteiten aan te bieden, laat je leerlingen de verschillende aspecten van het studie- en schoolkeuzeproces breed exploreren. Zeker leerlingen met een beperkter netwerk om zich goed en correct te informeren over het secundair onderwijs hebben hier baat bij. Tegelijk biedt deze gerichte aanpak kansen om echt in de diepte door te gaan op vragen of ideeën die er leven.
  • Ouderbetrokkenheid: Sommige ouders zijn afhankelijk van hun kind voor informatie. Leerlingen gaan thuis vertellen wat ze in de klas of op uitstap hebben gezien en gedaan. Zo kunnen er thuis ook interessante gesprekken ontstaan over studie- en schoolkeuze. Een huiswerkje of opdracht, zoals bijvoorbeeld het interview met een ouder, kan dit verder in de hand werken.

Aandachtspunten

  • Hou voor ogen dat informatie geven over het secundair onderwijs en je leerlingen voorbereiden op hun overstap slechts één aspect is van een studie- en schoolkeuzeproces. Je leerlingen moeten ook zicht krijgen op hun eigen interesses en kwaliteiten en begeleid worden in het leren kiezen. In De Toverberg zit dit allemaal verwerkt in een traject, waarbij in het eerste trimester de nadruk vooral ligt op kwaliteiten. Na de kerstvakantie verschuift het accent meer naar het secundair onderwijs.
  • Voorzie nadien zeker nog een kindcontact of persoonlijk gesprekje met elke leerling. Hier kan met elke leerling bekijken hoever hij/zij staat in het studie- en schoolkeuzeproces en wat eventueel nog nodig is. Leerlingen kijken er erg naar uit om dit met hun juf of meester te bespreken.
  • Zorg dat er voldoende materiaal en werkvormen voorhanden zijn waaruit leerkrachten kunnen putten. Dit kan groeien doorheen de jaren. Zorg wel dat alles up-to-date blijft. Het is handig als iemand dit coördineert.
  • Vergeet je leerlingen niet die naar de B-stroom gaan. Ook zij zijn schoolverlater en verdienen een goede voorbereiding op hun overstap naar het secundair.

Met dank aan

GBS De Toverberg (Gent), 85% indicatorleerlingen (schooljaar 2016-2017)


Met de steun van

Vlaio
Transbaso