Praktijkvoorbeeld talentenarchipel

De omslag naar talentgericht werken

Ik ga die map (talentportfolio) meenemen als ik mij ga inschrijven in het secundair. Dan kan ik die tonen aan de mensen daar: kijk, dit ben ik. Want ik vind dat belangrijk.

leerling vijfde leerjaar

Wat

Tot 2015 was Sint-Lieven Kolegem een vrij klassieke, voornamelijk cognitief georiënteerde basisschool. In hun zoektocht naar een meer leerlinggerichte aanpak kwamen ze uit bij de werkvorm talentenarchipel. De talentenarchipel is een verzameling van eilanden die één geheel vormen. Elk eiland heeft een bijzondere vorm en een bijzondere betekenis. Zo is er het taaleiland, denkeiland, muziekeiland, sameneiland, wereldeiland, beeldeiland, fijneiland, beweegeiland en  wil & durf eiland. Door in uiteenlopende activiteiten de verschillende eilanden te verkennen, ontdekken leerlingen hun kwaliteiten.

Sint-Lieven Kolegem heeft de negen eilanden vertaald naar negen mannetjes met een eigen naam. Deze talentmannetjes komen een heel schooljaar terug in opdrachten en activiteiten en zijn ook overal in de school terug te vinden (in de klas, op de speelplaats, …). Op een startdag in september maken leerlingen kennis met de verschillende talentenmannetjes. Nadien wordt elke maand aandacht besteed aan één talent dat breed wordt verkend. Nadien volgt een reflectie, waarbij leerlingen via enkele items en een schaal kunnen aanduiden hoe tof ze dit nieuwe vriendje (talentenmannetje) vinden. Er wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen ‘doe ik graag/niet graag’ en ‘kan ik goed/niet goed’. De leerkracht vult de fiche voor elke leerling aan met eigen observaties. De reflectieblaadjes komen in de individuele talentportfolio van de leerling.

Het thema werd snel opgepikt voor andere activiteiten op school, zoals carnaval, het schoolfeest, de schoolkrant. De talentenmannetjes werden steeds zichtbaarder op school. Intussen ging het kernteam gluren bij de buren: ze bezochten enkele scholen die al langer werken met de talentenarchipel. De inspiratie die ze hier opdeden, werd uitgewerkt op maat van de eigen school. Dit leidde onder andere tot de introductie van

  • talentenhoekenwerk: een hoekenwerk gebaseerd op de negen talentenmannetjes. Per talent zijn er ongeveer 20 fiches uitgewerkt (per leerjaar!). Dit gebeurde op basis van het aanwezige materiaal, aangevuld met inspiratie van het internet. Leerkrachten kunnen deze fiches gaandeweg verder aanvullen. Op termijn is het de bedoeling om ook leerplandoelstellingen te noteren. Het talentenhoekenwerk is een verplicht uurtje in het lessenrooster, waarmee de school aangeeft dat ze werken rond talenten belangrijk vindt.
  • een individueel portfolio: elke leerling verzamelt werkjes en reflecteert hierover. De leerkracht ondersteunt dit proces van zelfreflectie. Het portfolio heeft een vast gedeelte voor feedback van de leerling, van de leerkracht, van ouders en van een medeleerling.
  • een wandportfolio: boven de kapstokken in de gang hangt er per klas een wandframe, als een soort klasportfolio. Op de wandframe staat een grote talentenarchipel waar leerlingen hun foto kunnen plaatsen op de eilanden waar ze het liefst vertoeven. Rond de talentenarchipel worden foto’s of werkjes opgehangen van datgene waar ze in de klas mee bezig zijn. Niet alleen handig om van mekaar te weten waar je mee bezig bent, ook leuk tijdens het wachten voor een oudercontact.
  • een fotograaf van de week: leerlingen brengen talenten van de klas of van enkele leerlingen in kaart via foto’s. Leerlingen merken vaak andere dingen op dan leerkrachten, wat een interessante kijk oplevert. De foto’s krijgen een plaatsje in de klas of op het wandportfolio.

Als (voorlopig) laatste stap wordt het rapport aangepakt. Naast toetsresultaten vinden leerling en ouders ook van verschillende talenten een neerslag terug in het rapport. Meermaals per schooljaar worden de verschillende aspecten van elk talenteiland (gekoppeld aan leerplandoelen) geëvalueerd door de leerkracht én het kind. Het is de bedoeling dat dit op termijn een groeilijn doorheen de lagere school weergeeft.

Waarom

De school voelde aan dat de gangbare, eerder klassieke cognitieve kijk op leerlingen niet meer voldeed. Ze zochten naar een model dat houvast kon bieden bij het introduceren van een nieuwe visie en aanpak die de groei van elke individuele leerling meer centraal stelde. De talentenarchipel is een dankbaar model om leerlingen kwaliteiten te laten verkennen én om kwaliteiten in kaart te brengen. Je kan er meteen mee aan de slag, het biedt veel aanknopingspunten voor bestaande praktijken en nieuwe initiatieven. 

 

Wie

De directie heeft de verandering in gang gezet, erover wakend dat het hele team mee was. Nu is het een werkwijze die gedragen wordt door iedereen op school. De leerkrachten kunnen voor het uitwerken van materiaal en projecten rekenen op actieve ondersteuning van de directie, de zorgcoördinator en de MuZo-coach.

Succesfactoren

  • zichtbaarheid: als je op de school rondloopt, dan duiken de talentenmannetjes overal op. De visie rond talenten lééft op school, je kan er niet naast kijken.
  • kant-en-klaar materiaal: de zorgcoördinator en de MuZo-coach hebben er bij de start samen voor gezorgd dat materiaal makkelijk beschikbaar was en tot in de puntjes uitgewerkt. Dit maakte het voor leerkrachten heel wat makkelijker om mee te stappen in het talentenverhaal en ermee aan de slag te gaan.
  • ondersteuning: leerkrachten worden actief ondersteund (door de zorgcoördinator en de MuZo-coach) in het verder ontwikkelen en integreren van het talentenverhaal. Er wordt in kleine groepjes samengewerkt.
  • trekkers: de aanwezigheid van een aantal enthousiaste mensen die geloven in deze aanpak is nodig om een dergelijke verandering tot stand te brengen. De inspirerende rol van de directie mag hier niet worden onderschat.
  • gluren bij de buren: door contacten te leggen met andere scholen en daar inspiratie en goede voorbeelden te halen, kan je zelf veel gerichter aan de slag. Je kan rekening houden met hun ervaringen en valkuilen. De school ging op bezoek bij andere scholen die al meer ervaring hadden met de talentenarchipel. Dit heeft veel inspiratie opgeleverd voor eigen projecten. Bovendien kan je leren uit de fouten van anderen.
  • schoolbreed: heel de school is betrokken en er wordt verder gebouwd op wat de jaren voordien gebeurde. Talenten van leerlingen ontwikkelen zich gaandeweg en hoe meer kansen je biedt om hiermee aan de slag te gaan, hoe duidelijker ze zich aftekenen. Het hele team draagt hiermee bij aan een gefundeerde studie- en schoolkeuze op het einde van de basisschool.

Aandachtspunten

  • Wees niet te ambitieus en ga stap voor stap te werk. Geef leerkrachten de tijd om dingen uit te proberen en in vaste vorm te gieten. Overleg regelmatig en zorg voor goede ondersteuning.
  • Denk ook na over je manier van evalueren. Hoe krijgt het breed werken rond talenten in de klas zijn neerslag op het rapport?
  • Vergeet je ouders niet mee te nemen in het talentenverhaal. Zeker als je een evolutie doormaakt van een eerder klassiek georiënteerde school naar een talentgerichte school, hebben ouders tijd nodig om hieraan te wennen. Probeer hen niet alleen goed te informeren, maar tracht hen te betrekken door hun talenten in te zetten op school.

Met dank aan

VBS Sint-Lieven Kolegem (Gent), 34% indicatorleerlingen (schooljaar 2016-2017)


Met de steun van

Vlaio
Transbaso