Stappenplan voor een kindcontact

Waarom organiseer je een kindcontact

  • Een individueel gesprek is een fijne manier om je leerlingen te laten reflecteren over hun ontwikkeling, welbevinden, kwaliteiten en werkpunten. Je kan elke leerling eens extra aandacht schenken en luisteren naar wat hem/haar echt bezighoudt. Het is een manier om je leerlingen beter te leren kennen, wat ook waardevolle informatie oplevert voor het rapport en voor gesprekken met ouders. Ook leerlingen zelf geven aan dat ze een gesprekje met hun leerkracht heel waardevol vinden, zeker in voorbereiding op hun studie- en schoolkeuze.

De leerlingen verlangen daar echt naar. Ze vinden het ook tof om de vragen in te vullen. En als je niet iedereen achter elkaar kan doen in je beschikbare tijd dan vragen ze wanneer we verder kunnen doen. De leerlingen zitten echt op dat gesprek te wachten, dat babbeltje, die feedback die ze krijgen, zelf hun ding kunnen zeggen. Dus ik merk dat dat echt wel leeft in mijn klas. Je voelt dat er veel uitkomt uit die kindcontacten.

(leerkracht 6de leerjaar)

Wanneer en hoe organiseer je een kindcontact

  • Probeer minstens twee keer per schooljaar een kindcontact te organiseren. Zo kan je de groei van je leerlingen goed opvolgen. Blik terug op wat er tijdens het eerste gesprek is gezegd en afgesproken. Op deze manier hebben jullie het gevoel dat jullie samen ergens naartoe werken.

  • Koppel een kindcontact aan een rapport, een oudercontact of een adviesgesprek. Het kindgesprek vindt dan plaats na het krijgen van het rapport en vóór het oudercontact of advies.

  • Kies een manier waarop jij de kindcontacten het vlotst kan organiseren in de klas. Enkele opties:

    • Organiseer een kindcontact tijdens de middagpauze. Samen boterhammen eten maakt het gesprek wat informeler.
    • Spreek een collega of zorgleerkracht aan om je klas over te nemen terwijl de kindcontacten ergens anders doorgaan.
    • Laat je leerlingen aansluiten in de klas bij één of meerdere collega’s (bijvoorbeeld voor peer tutoring).
    • Laat de kindcontacten doorgaan terwijl de rest van de klas een zelfstandige opdracht heeft.
    • Doen jullie aan co-teaching op school? Laat je co de klas overnemen terwijl jij gesprekken met de leerlingen voert.
  • Weeg de voor- en nadelen van de organisatie goed af. Hou ook rekening met factoren als overbelasting van collega’s, privacy van je leerlingen, roemoer en afleiding in de klas, ...

  • Zorg dat je per leerling 15 à 20 minuten tijd hebt voor een gesprek. Dit betekent dat je meerdere lesuren of middagen moet uitrekken voor de kindcontacten. Plan dit zorgvuldig.

De zorgleerkracht wordt bij ons dan een week vrij gepland en zij neemt een hele week de klassen over. Je weet dan dat het kindcontacten zijn, dus dat je dan niet kan rekenen de zorgleerkracht, want die zit in een andere klas. Soms neemt zij één klas over en soms twee klassen tegelijkertijd. Zo kan ik één voor één de kinderen bij mij roepen. Op deze manier ligt het vast voor de hele school en is het duidelijk.

leerkracht 6de leerjaar

Het gesprek voorbereiden

  • Voorzie een aparte ruimte waar je ongestoord kan praten. Je kan je beter concentreren en het versterkt ook het vertrouwen om vrijuit te praten.

Onze patio is wel een meerwaarde, ook al worden we hier soms ook gestoord. Als je de kindcontacten in de klas zou doen, zou je als meester nog meer gestoord worden. Eigenlijk vind ik dat zelfs geen optie. Want ik denk dat een kind zich dan ook niet veilig genoeg voelt. Soms zeggen ze echt wel gevoelige dingen of dingen over thuis. Anders zeggen ze dat niet hé, denk ik, als ze zich niet veilig voelen.

leerkracht 6de leerjaar
  • Bepaal op voorhand de focus van het gesprek, zo zorg je voor voldoende diepgang. Er zijn tal van mogelijke onderwerpen, zoals welbevinden in de klas, het rapport bespreken en uitdiepen, studie- en schoolkeuze, kwaliteiten breed in kaart brengen, … 

  • Vraag aan je leerlingen om het gesprek kort voor te bereiden. Dit kan aan de hand van enkele vragen of gespreksopeners. Voorzie hier tijd voor in de klas of geef het mee als huiswerk.

  • Stem de vragen af op je leerlingen. Je kan werken met open vragen of kies voor stellingen met een 5-puntenschaal of smileys. Of werk met een visuele voorstelling, zoals het inkleuren van een spinnenweb of een thermometer.

    open vragen: 

    • Waarin wil jij de beste zijn?
    • Waar ben je goed in?
    • Hoe bereik jij je doel?
    • Wie vraag jij het liefst om hulp?
    • Waar ben je trots op?
    • Waarmee kan jij iemand anders goed helpen?
    • Waar droom jij van?
    • Wat zou je graag willen durven?
    • Welk complimentje zou jij graag willen krijgen?
    • Waar word jij blij van?
    • Wat maakt jou bijzonder?

    schaalvragen: 

    • Ik kan me goed concentreren
    • Ik wil de beste zijn
    • Ik wil geen fouten maken
    • Ik vind het werk moeilijk
    • Ik werk het liefst samen
    • Ik denk snel dat ik iets kan
    • Ik ben tevreden over mezelf
    • Ik help anderen graag

Tip!

Elke reden voor een kindcontact is waardevol. Probeer voor je kindgesprek wel een focus te kiezen. Je kan niet op alle doelstellingen tegelijkertijd inzetten.

Aandachtspunten tijdens het gesprek

  • Leg duidelijk uit wat de bedoeling is van een kindcontact en wat je leerling van dit gesprek mag verwachten.

  • Creëer een veilige sfeer. Benadruk dat je leerling alles mag vertellen en dat je zijn/haar inbreng erg apprecieert. Maak duidelijk dat je leerling dingen in vertrouwen tegen jou kan zeggen.

  • Zoek een evenwicht tussen luisteren en praten. Zorg dat het geen eenrichtingsverkeer is. Vraag door en vat regelmatig samen wat er reeds gezegd werd. Stuur te hoge of te lage inschattingen van de leerling bij.

  • Hou je tijd goed in de gaten. Beperk het gesprek tot max. 20 minuten per leerling (afhankelijk van de grootte van de klasgroep), anders wordt het moeilijk om alle gesprekken rond te krijgen.

Het is nog altijd een groeiproces. Als je vraagt aan de leerling hoe is het geweest, zeggen ze vaak ‘goed’. We zijn er op school allemaal heel bewust mee bezig om er meer dan die ‘goed’ uit te halen. Om echt samen met het kind te overlopen wat hij/zij nu eigenlijk wil benoemen met die ‘goed’. Maar dat is wel een oefening, ja.

zorgleerkracht kleuters en 1ste graad

Waar praat je over?

  • Breek het ijs door het gesprek te starten met iets waarover je leerling graag praat. Het gaat vaak makkelijker als je leerlingen iets hebt laten voorbereiden. Geef hem/haar de ruimte om dit toe te lichten.

  • Vertrek vanuit een positieve insteek, zoals de kwaliteiten of sterktes van je leerling, een mooie evolutie op het rapport… Geef je leerling een compliment over waar hij/zij in uitblinkt.

  • Spreek niet enkel over cijfers, zelfs al is het een kindcontact naar aanleiding van een rapport. Je kan het ook hebben over de evolutie van de leerling, zijn/haar gedrag in de klas, kwaliteiten, jouw aanpak, …

  • Bespreek daarna samen met de leerling een of meerdere werkpunten (maximum 3). Ga op zoek naar hoe je hier samen aan kan werken. Laat je leerling actief meedenken:

    • Wat kan je anders doen en wat heb je hiervoor nodig?
    • Welke stappen kan jij zetten om hier beter in te worden?
    • Hoe kan ik jou als leerkracht hier bij helpen?

    Evalueer tijdens het volgende kindcontact samen met de leerling de werkpunten van vorige keer. Je kan dit handig in kaart brengen met een groeidocument, dat je vindt in onze toolbox.

  • Probeer je leerling zo breed mogelijk te leren kennen tijdens het kindgesprek. Dit kan op verschillende manieren:

    • Bekijk de leerling in al zijn facetten: het cognitieve, het sociaal-emotionele, het motorische, het creatieve, …
    • Laat alle leergebieden aan bod komen in het gesprek en niet enkel taal en rekenen
    • Peil ook naar de kwaliteiten buiten de schoolmuren: hobby’s, interesses, wedstrijden, …
    • Bespreek ook andere zaken die op school gebeuren zoals uitstappen, activiteiten, spel op de speelplaats, toonmomenten, …

Onderschat niet dat leerlingen ook wel weten wat ze wel of niet nodig hebben om goed te kunnen ontwikkelen. Wij vergeten soms de leerling zelf. Ik sta er altijd van versteld wat er allemaal uit een kind kan komen. Dat zij echt zelf weten van dit heb ik nodig om het beter te doen. Ze weten dat soms beter dan wij!

leerkracht 6de leerjaar

Het gesprek afronden

  • Maak duidelijke afspraken en schrijf deze ergens op als houvast voor een volgend gesprek. Een handig document hiervoor is het groeidocument, dat je vindt in onze toolbox. Zo is het voor je leerling ook duidelijk dat een kindcontact niet zomaar een vrijblijvende babbel is.

  • Toon je vertrouwen in de capaciteiten van de leerling: ‘Je kan het’, ‘we gaan er voor’, ...

  • Vraag aan de leerling wat je wel/niet mag doorvertellen aan de ouders.

  • Vraag ter afronding aan het kind wat hij/zij zal onthouden van dit gesprek.

  • Bedank je leerling voor het gesprek.

Tip!

Voor stille of minder opvallende leerlingen is dit hun moment om open te bloeien. Geef hen de tijd en de ruimte om hun verhaal te doen, op hun manier.

NA

Wat neem je op in het rapport?

  • Zorg voor een soort van neerslag van het kindcontact in het rapport. Zo wordt je rapport meer dan enkel een document met cijfers.

  • Respecteer de privacy van je leerling. Laat de leerling beslissen welke info wel of niet in het rapport komt.

  • Laat de leerling zelf een woordje schrijven over het kindcontact. Dit kan in een kadertje op het rapport, bijvoorbeeld: ‘Dit kan ik al goed’, ‘Hier ga ik nog aan werken’, ‘Hier maakte ik grote sprongen in’, ‘Hier wil ik graag ondersteuning bij’, …

Op het rapport staan cijfers, maar daar zetten we sinds een aantal jaren toch ook wel duidelijk de evolutie op: ‘Dit is goed gelukt, dit is wat minder goed gelukt, hier moet je aan werken, …’. En dan schrijven wij een woordje uitleg met de focus op het proces. De leerlingen hebben zelf ook een wit kader waarin ze kunnen schrijven ‘Dit kan ik al goed’ en ‘Daar ga ik nog aan werken’.

zorgleerkracht

Hoe betrek je ouders?

  • Bespreek het kindcontact met de ouders op een oudercontact of tijdens een adviesgesprek. Vertel aan ouders wat de leerling zelf vindt, wel of niet verwacht had, hoe hij/zij naar eigen kwaliteiten en functioneren kijkt, …

  • Respecteer de privacy van je leerling. Laat de leerling beslissen welke info wel of niet ter sprake mag komen tijdens een oudercontact.

Als je zo een kwartier met een leerling gebabbeld hebt, heb je ook wel meer bagage om op dat oudercontact bepaalde dingen te duiden. Niet dat je de leerlingen niet kent, maar soms merk je wel in een kindcontact dat je bepaalde dingen misschien verkeerd ziet of dat er dingen zijn die je nog niet wist van en over de leerling. Dat is toch belangrijk om ook mee te nemen. Zeker als dat vlak voor die oudercontacten is.

leerkracht 6de leerjaar

Tip!

Of je de leerling al dan niet mee uitnodigt voor het oudercontact hangt af van wat je wil bespreken met de ouders en hoe gevoelig dit onderwerp ligt. Weeg dit goed af en overleg met de zorgcoördinator wanneer je twijfels hebt.


Met de steun van

Vlaio
Transbaso